Year: 1984Publisher: De Roede van Tielt, TieltEdition: 1stLanguage: NLPages: 160Condition: VGBinding: SC
- Het reisverhaal van Willem van Rubroek biedt een zeldzame en uiterst gedetailleerde blik op het machtige Mongoolse Rijk in de dertiende eeuw. In deze vertaling van Devolder, Ostyn en Vandepitte volgen we de Vlaamse franciscaanse monnik Willem van Rubroek op zijn gevaarlijke diplomatieke en religieuze missie tussen 1253 en 1255. In opdracht van de Franse koning Lodewijk IX reist hij dwars door de uitgestrekte Euraziatische steppen naar Karakorum, de hoofdstad van het Mongoolse Rijk, om het christendom te verspreiden en bondgenoten te zoeken.Wat dit boek zo bijzonder maakt, is Rubroeks scherpe en onbevooroordeelde blik als observant. In tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten vervalt hij niet in fantastische fabels, maar beschrijft hij de Mongoolse cultuur met antropologische precisie. De lezer krijgt een levendig beeld van het dagelijks leven op de steppe: van de constructie van de verplaatsbare yurts en de kleding van vilt tot het drinken van koumiss(gefermenteerde paardenmelk). Rubroek noteert nauwgezet de sociale structuren, de rol van de vrouw en de harde realiteit van het reizen te paard in extreme weersomstandigheden.Het absolute hoogtepunt van het boek is zijn verblijf aan het hof van de Grote Khan Möngke. Rubroek schetst een fascinerend portret van een kosmopolitische samenleving waar religieuze tolerantie de norm was. Hij beschrijft hoe hij in debat moest treden met boeddhisten, moslims en nestoriaanse christenen onder het toeziend oog van de Mongoolse heersers. Dankzij de getrouwe vertaling en de historische toelichting van de auteurs komt deze middeleeuwse ontmoeting tussen Oost en West op een toegankelijke, vloeiende manier tot leven voor de moderne lezer.