Newsletter

Avant-Garde in België. 1917-1929

Frederik LEEN, Anne ADRIAENS-PANNIER met medewerking van Gisèle OLLINGER-ZINQUE ea
€39.00

Year: 1992
Place: Brussel - Antwerpen
Publisher: Museum voor Schone Kunsten - Gemeentekrediet
Edition: 1st
Language: NL
Pages: 272
Condition: FN
Cover condition: VG
Binding: SC
Illustrated. 

- Inhoud:
WOORD VOORAF: François Narmon
TEN GELEIDE: Eliane De Wilde en Lydia Schoonbaert
IN CIRKELS EN KRINGEN. Kunstenaarsgroepen en -bonden van de voorhoede in België 1917-1929: Frederik Leen
VERSCHUIVINGEN BINNEN DE AVANT-GARDE. Evoluties in de plastische kunsten in België 1917-1929: Eric Pil
DE "AVANT-GARDE" TE ANTWERPEN. Paul van Ostaijen en de Sienjaalgroep: Jean F. Buyck
DE AVANT-GARDE ARCHITECTUUR: Anne Van Loo
TIJD- EN STRIJDSCHRIFTEN, van de avant-garde in België 1917-1929: Anne Adriaens-Pannier
BIOGRAFIEËN
LIJST VAN DE WERKEN
BIBLIOGRAFISCHE WIJZER
INDEX
HERKOMST VAN DE FOTO'S.

- Flaptekst:
De Belgische kunstwereld had na de Eerste Wereldoorlog een enorme achterstand op te halen. Van Kubisme en Futurisme was hier inderdaad geen spoor terug te vinden, maar een nieuwsgierige lichting jonge kunstenaars stelde alles in het werk om aansluiting te vinden bij de nieuwe ontwikkelingen. Vanaf 1920 kwamen de contacten goed op gang met de buitenlandse vertegenwoordigers van De Stijl, Bauhaus en zelfs met de Oosteuropese constructivisten, terwijl later de surrealisten zich maatgevend profileerden in het buitenland. Vooral in Brussel en Antwerpen ontwikkelden zich bescheiden, maar doortastende actiegroepen van kunstenaars die het voortouw namen in de gebeurtenissen in en rond de kunstwereld.
Naast het gematigd modernisme van de constructieve expressionisten zoals Frits Van den Berghe, de gebroeders Jespers en Gust De Smet, waren in het begin van de jaren twintig voornamelijk Dada, met Paul Joostens, later E.L.T. Mesens of zelfs Rene Magritte en een ontluikende abstractie met Jozef Peeters, Victor Servranckx en Pierre-Louis Flouquet tekenen van een artistieke voorhoede in België.
In Antwerpen zou in het begin van de jaren twintig vooral de Kring Moderne Kunst historische momenten beleven met de Congressen voor Moderne Kunst. De tijdschriften Het Overzicht en De Driehoek vertolkten tussen 1921 en 1926 de voor die tijd en plaats radicale opvattingen van een beeldende abstractie onder het sociale perspectief van de gemeenschapskunst. Nadat Peeters zich uit de kunstwereld had teruggetrokken en Paul van Ostaijen werd opgenomen in het sanatorium in Miavoye-Anthée keerde in Antwerpen na een zevental jaren van wisselvallige artistieke nervositeit de rust weer.
De radicale programmatische keuze voor een constructieve en niet-figuratieve beeldtaal, gedragen door een socio-politiek engagement, kenmerkten reeds omstreeks 1920 de eerste evenementen van de Brusselse avant-garde. De onmiddellijke maatschappelijke impact van het rationalistische programma bleek uit de bouwprojecten van architecten als Victor Bourgeois en Louis Herman De Koninck. Deze globale kunstopvatting uitte zich in de samenstelling van de redactie van het tijdschrift 7 Arts die bestond uit een architect, een dichter, een beeldend kunstenaar en een componist. Dit tijdschrift was vanaf 1922 de wekelijkse spreekbuis van deze groep. Al snel ontstond er een andere groep vooruitstrevende kunstenaars die niet erg ingenomen waren met de bevoogdende en reductionistische houding van de kunstenaars van de Zuivere Beelding. Deze contestanten, waaronder René Magritte, werden aangevoerd door de dichter Paul Nougé. Ze lagen aan de basis van de surrealistische groep van België, ,die vanaf 1926 zijn actieterrein situeerde in het braakland tussen woord en beeld.
De voorhoede van de jaren twintig, of het nu dadaïsten, abstracten, constructieven of surrealisten waren, lieten zich ook op het internationale terrein niet onbetuigd. Artikels van en over Belgische kunstenaars verschenen in befaamde tijdschriften als De Stijl, Der Sturm of L'Esprit Nouveau en in exotische publikaties als Punct, Contimporanul en Zenit. Deze bladen namen ook besprekingen op van Belgische tijdschriften als Ça Ira !, Lumière, Het Overzicht of 7 Arts.
Ondanks de geestdriftige activiteiten van haar protagonisten en de internationale erkenning van René Magritte en Georges Vantongerloo bleef de avant-garde in België zelf een bescheiden fenomeen. Na 1918 wilde men de bakens van een nieuwe wereld uitzetten, maar door gebrek aan interesse geraakte men uiteindelijk niet verder dan enige experimenten.

Dit boek werd gepubliceerd naar aanleiding van de tentoonstelling Avant-Garde in België 1917-1929, die tegelijkertijd plaatsvindt in Brussel, Museum voor Moderne Kunst, van 18 september tot 13 december 1992 en in Antwerpen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, van 20 september tot 6 december 1992.